maandag 7 december 2015

Gevoel



Ik ben geen emotioneel mens. Spijt, verdriet, verlangen, angst: emoties gaan allemaal over dingen die er niet meer zijn, of er nog niet zijn. Kortom, over de afwezigheid van zaken.  

Maar ik ben wel een gevoelig mens. Mijn gevoel heeft mij altijd geduldig gediend. Ik heb er soms niet naar geluisterd - ik verzette me er soms tegen - maar achteraf bleek dat altijd een vergissing te zijn.

Mijn gevoel had steeds gelijk, zonder dat ook maar ééns op te eisen. Mijn gevoel wees mij altijd op de waarheid over de dingen die wel aanwezig waren, zonder me daartoe te dwingen.   

Vanavond huilde ik. Ik schrok, ik ben dat niet gewend. De tranen bleven komen en stroomden over de deplorabele staat waarin de mensheid zich bevindt.  

Deze geweldige schepselen, die tot zoveel grootsheid is staat zijn, die de vrijheid en de mogelijkheid hebben om als goden op aarde een paradijs te scheppen, die het cadeau van vrijwel oneindig potentieel zomaar ontvingen.  

Deze fascinerende, fabelachtige creaturen elkaar te zien vernietigen, vermoorden, naar het leven te staan, doet soms pijn aan mijn hart. Maar het ergste van alles: hun eigen grootsheid te zien ontkennen en zichzelf daarom te verkwanselen aan de minsten onder hen. De minsten die daarom de machtigsten geworden zijn. Letterlijk ten hemel schreiend.  

Daarop wees mij mijn gevoel. Dat gevoel dat me nooit in de steek liet. Deze gids die ieder van ons gewoon heeft mogen ontvangen en gebruiken. Onderdeel van het fantastische cadeau dat het leven is. Maar waarvan zo vaak en zo veel wordt geloofd dat het zonder waarde en zonder glans is, en daarom in zoveel gevallen niet eens wordt uitgepakt.

Het is de werkelijke definitie van het woord "zonde".

Maar tegelijkertijd zei datzelfde gevoel ook dat het cadeau er nog steeds is, dat het nog steeds kan worden uitgepakt en gebruikt. Het is niet te laat. Zolang we leven is het nooit te laat. Dit onnoemelijke menselijke potentieel is geduldig. Net zo geduldig als mijn gevoel.  

Het is er altijd en het zal altijd tot onze beschikking staan, zonder het ons kwalijk te nemen dat we het zo lang genegeerd hebben. 

Altijd dienstbaar, zonder voorwaarden. Altijd aanwezig, zonder op te dringen. Altijd liefdevol, zonder verwachtingen. Altijd indrukwekkend, zonder trots. Altijd krachtig, zonder geweld. Altijd en voor eeuwig onkwetsbaar, zonder verweer.

Dit besef kent geen verwachting, geen doel en geen plan. Het is niets meer dan een mogelijkheid. Want wij mensen hebben zelfs de vrijheid om onze grootste schatten niet te gebruiken. De mogelijkheid ze in een hoek te gooien en er niet naar om te kijken.  

Het is werkelijk, letterlijk en altijd aan ons. 

 

zondag 16 augustus 2015

Is winst goed voor de economie?


De meeste mensen geloven dat winst goed is voor de economie. Maar is dat wel zo? Of is het alleen in het belang van de winstmakers dat de meeste mensen dit geloven? Omdat die mensen dan, vanwege dit geloof, geen bezwaar maken tegen het winstmodel? 

Economie 

Economie is, collectief gezien, eigenlijk een simpel mechanisme:  

Alle producten en diensten worden gemaakt door alle mensen die ze maken. Voor hun inspanning (hun arbeid), krijgen die mensen geld. Met dat geld kopen ze vervolgens diezelfde producten en diensten.  

Dat geld komt zo terug bij de bedrijven die de producten en diensten (verder aangeduid als producten) leveren, en met dat geld kunnen die bedrijven weer de lonen betalen aan de mensen die de producten en diensten maken. Die daarmee vervolgens de producten weer kopen. Etc.  

Dit is dus een keurig, zichzelf in stand houdend mechanisme. Een mechanisme dat nooit schaarste kan opleveren, en ook nooit werkloosheid. De makers zijn de afnemers, en de afnemers zijn de makers. Het is, collectief gezien, dezelfde groep.  

Toch werkt het in de praktijk niet zo. En daar is maar één reden voor: het is voor enkelen mogelijk om systematisch geld uit het mechanisme te halen en dit voor zichzelf te houden. Zonder er zelf producten voor te maken en zonder (het grootste deel van) dat geld uit te geven aan producten.

Dit geld is vervolgens niet beschikbaar voor de makers van de producten (in de vorm van beloning voor hun arbeid) en zo kunnen die makers diezelfde producten niet allemaal meer kopen.  

Winst 

Dit verschijnsel heet winst. Winst is het verschil tussen wat mensen betaald krijgen voor het maken van producten (loon), en wat ze moeten betalen voor het kopen van die producten (prijs). Die winst komt ten goede aan de winstmaker(s). Daarvan zijn er verhoudingsgewijs maar heel weinig. Veruit de meeste mensen verkrijgen hun geld uit loon, in ruil voor hun arbeid.

Winst leidt tot rijkdom van enkelen. Miljardairs hebben hun rijkdom niet vergaard door miljoenen malen zoveel te werken als andere mensen. Ze hebben hun rijkdom niet vergaard door miljoenen malen zoveel producten te maken met hun inspanningen. Ze hebben hun rijkdom vergaard via winstmodellen. Hun rijkdom bestaat uit gemaakte winst.  

Deze winst is bijeengebracht door producten die door de werkenden gemaakt zijn, te (laten) verkopen en daar winst op te maken. Oftewel, door meer voor de producten te krijgen, dan het kost om ze te laten maken. Alle rijkdom van de rijken is zo tot stand gekomen. Geen enkele rijke, maakt zelf de producten waarop hij zijn winst maakt.

De positie van winstmaker is maar voor enkelen toegankelijk. Het is vrijwel alleen weggelegd voor mensen die al rijk zijn. Met hun vermogen kopen ze eigenaarschap (aandelen) van bedrijven en daarmee verkrijgen zij de positie van winstmaker. Deze positie wordt dus gekocht met rijkdom, en die rijkdom bestond al uit winst.  

Winst leidt tot rijkdom van de winstmaker, en die rijkdom leidt vervolgens tot nog meer winst en dus tot nog meer rijkdom. Dit heet: met geld geld vergaren. En dus niet met werken.  

Dat zou geen probleem opleveren als die rijken al dat geld vervolgens zouden uitgeven aan producten. Zodat degenen die wel werken, die producten kunnen maken en daarvoor beloond kunnen worden. Maar de rijken geven dat geld niet uit. Als ze dat wel zouden doen, dan zouden ze hun geld dus uitgegeven hebben, en dan waren ze geen rijken meer.  

Rijkdom 

Het is onmogelijk voor de rijken om dat gewonnen geld allemaal uit te geven. Ten eerste omdat ze dan niet meer rijk zouden zijn, en dan zouden er dus geen rijken bestaan. Maar ook omdat een mens nou eenmaal maar een beperkte hoeveelheid producten kan consumeren. Tien sportwagens, een collectie villa's en dagelijkse banketten met champagne en kaviaar, zijn voor miljardairs onvoldoende om het op de krijgen. Het is onmogelijk om het allemaal uit te geven aan producten. Ze blijven, ondanks hun levensstijl, nog steeds rijk. 

Het geld waaruit die rijkdom bestaat, is dus gereserveerd. Opgepot. Dat geld is dus niet beschikbaar in het mechanisme van de economie. Er kunnen, met dat rijkdomgeld, dus geen producten gekocht worden. En dus ook niet gemaakt worden. En doordat ze niet gemaakt kunnen worden, kunnen mensen dus ook niet beloond worden voor het maken ervan.  

Rijkdom van enkelen leidt dus tot afname van geld dat beschikbaar is voor het belonen van alle andere mensen, en daarmee tot afname van geld dat beschikbaar is voor het kopen van producten. De rijken geven het immers niet uit, en de niet-rijken (die alle producten maken) hebben er geen beschikking over. Omdat de rijken het voor zichzelf houden.  

Het geld waarmee ze - via winst - rijk geworden zijn, is betaald door mensen die hun geld wel uitgeven. Het is betaald door de consumenten van de producten waarop de winst gemaakt wordt. Door degenen die deze producten gekocht hebben.

En deze mensen hebben hun geld wel verkregen door te werken. Ze hebben het verdiend als beloning voor het maken van de producten (producten waarop de winst gemaakt wordt). Ze moeten voor het kopen van die producten altijd meer betalen dan ze krijgen voor het maken van diezelfde producten. Het verschil (winst) gaat naar degenen die niets maken.

Armoede en werkloosheid 

Het geld dat door de rijken uit de economie gehaald is (door het voor zichzelf te reserveren), is niet langer beschikbaar in de economie. Het is niet langer beschikbaar voor lonen om daarmee producten te maken, en dus ook niet voor consumenten om daarmee producten te kopen. Producten die niet gekocht worden, kunnen niet worden gemaakt, en dus kunnen mensen ook niet meer beloond worden voor het maken ervan. Dat betekent dus minder banen. Mensen die geen baan meer hebben, kunnen geen geld meer verdienen voor het kopen van producten, en kunnen er dus nog minder gemaakt worden, etc.  

Anders gezegd: winst leidt tot minder werkgelegenheid en dus tot minder verdiengelegenheid. 
Oftewel, toenemende winst/rijkdom van enkelen, leidt tot toenemende werkloosheid en/of armoede voor de rest.   

Dit mechanisme - het mechanisme van steeds rijker wordende rijken en afname van werk/verdiengelegenheid voor de rest - is momenteel uiterst zichtbaar.  

Het winstmodel leidt tot rijkdom van enkelen en die rijkdom leidt onherroepelijk tot krimp van de reële economie: de economie van goederen en diensten.

Uiteindelijk is alle rijkdom van de rijken betaald door de afnemers van producten (consumenten die met werken hun geld verdienen). Producten waarop de winst zit die de rijkdom van de rijken genereert. Als gevolg van die winst/rijkdom, is er minder geld beschikbaar voor de rest en kunnen de afnemers dus steeds minder producten kopen. En dus ook steeds minder bijdragen aan de winst en dus aan de rijkdom van de winstmakers.

Het winstmodel is eindig 

Om die rijkdom desondanks te kunnen laten groeien, zullen de rijken hun macht aanwenden om de beloningen (lonen) verder te laten krimpen. Of de prijzen te laten stijgen. Of een combinatie van beide. Zodat de winstmarges (ondanks teruglopende afzet) kunnen blijven bestaan of kunnen groeien. 

Maar dat leidt tot verder verlies aan koopkracht. Net zolang totdat er nauwelijks meer koopkracht over is. En er dus ook geen mogelijkheid meer bestaat tot het maken van winst.  

Het winstmechanisme is dus een eindig systeem. Het houdt op als de parasiterende partij, de geparasiteerde partij omzeep geholpen heeft. En daarmee ook haar eigen bestaansrecht opgesoupeerd heeft.


* Met winst bedoel ik corporate winst die ten goede komt aan aandeelhouders. Aandeelhouders die niet zelf werkzaam zijn in de bedrijven die hun winst genereren, maar waarvan ze wel eigenaar zijn. Aandeelhouders die uitsluitend aandeelhouder/eigenaar zijn vanwege het rendement op hun geld, die verder geen binding hebben met het bedrijf en er ook verder geen bijdrage aan leveren. Aandeelhouders die, zodra het bedrijf minder winst oplevert, hun geld verplaatsen naar een meer renderende plek.  

Met winst bedoel ik nadrukkelijk niet de opbrengst van de inspanningen van de MKB ondernemer of kleine zelfstandige die veelal zelf keihard werkt. Fiscaal gezien wordt dit ook winst genoemd, maar dat is het eigenlijk niet. Het is gewoon vergoeding voor arbeid. En dus geen winst.

 

 

maandag 27 juli 2015

De wereld als slavenkolonie


De wereld is een slavenkolonie. Die slavenkolonie wordt gerund en beheerd door één misdaadsyndicaat. De populatie van de kolonie bestaat uit twee soorten mensen: de eigenaren, en de slaven. 

Uiteraard vereist het runnen van zo'n misdaadsyndicaat een organisatiestructuur. In de huidige situatie is het syndicaat daarom onderverdeeld in een aantal afdelingen, elk met een eigen functie. 

- Het strategisch topmanagement
Hier bevindt zich de top van het syndicaat. Het zijn de eigenaren ervan. Hier worden de strategieën ontwikkeld die de macht en rijkdom van deze top moeten vergroten. Daarnaast wordt hier bepaald hoe de andere afdelingen moeten functioneren. Die andere afdelingen werken als instrumenten ten bate van de macht en rijkdom van deze top. De leden komen met enige regelmaat bij elkaar in "denktanks" zoals de Bilderberggroep. Alleen binnen dit strategisch topmanagement is de volledige agenda van het syndicaat bekend.  

- Het uitvoerend management
Dat zijn de regeringen en overheden van de wereld. Zij zijn de uitvoerende organen van het syndicaat. Deze afdeling vaardigt (op bevel van het topmanagement) de regels (wetten) uit waaraan de slaven zich moeten houden, voert de dagelijkse controle, bestuurt het geweld dat op de slaven losgelaten wordt (leger, politie) en int de belastingen die indirect bijdragen aan het verdienmodel van het syndicaat. Het is het dagelijks management en het dient als incassobende, slavendrijver en bestraffer. Deze afdeling vormt voor de top een potentieel risico omdat ze beschikt over wapens. Dit risico wordt onschadelijk gemaakt door deze afdeling volledig financieel afhankelijk te maken van het topmanagement door middel van onaflosbare schulden.  

- Het commercieel management
Dat is het monetair/kapitalistische systeem. Dit is het uiteindelijke verdienmodel van het syndicaat. Hier wordt zoveel mogelijk waarde die de slaven met hun arbeid leveren, geconfisqueerd door het syndicaat. Deze afdeling gebruikt daarbij banken en rechtspersonen (NV's, BV's etc.) waarvan het topmanagement eigenaar is. Hier wordt zowel vrijwel alle arbeid geleverd door de slaven (werknemerschap) als vrijwel alle opbrengst daarvan afgenomen van de slaven. Het instrument dat hiervoor wordt ingezet is het geld/schuldsysteem.  

- Het PR management
Deze afdeling houdt zich bezig met perceptiemanagement. Het doel is te voorkomen dat de slaven beseffen dat het syndicaat bestaat en wat de werkelijke aard ervan is. Het middel dat hiervoor gebruikt wordt, is liegen. Het doel van liegen is de slaven te laten geloven dat de afdelingen van het syndicaat (en het syndicaat zelf) niet de bedoeling hebben om op de slaven te parasiteren, maar ze te beschermen. Deze afdeling kennen we onder de noemer: media. 
 

De bovenstaande afdelingen moeten natuurlijk bemand worden. Het syndicaat verleent hiervoor privileges aan een aantal slaven. Die privileges variëren van een bescheiden inkomen als ambtenaar, tot een topinkomen in de bancaire sector, of van lokaal bestuurder tot enige bescheiden macht als landelijk politicus etc.  

In ruil voor die privileges, nemen deze slaven een afgebakende taak op zich. Veruit de meeste van deze slaven zijn zich er niet van bewust dat ze deel uitmaken van het misdaadsyndicaat. Ze overzien alleen hun eigen taak en geloven een eerzaam beroep te hebben.  

De topslaven zijn zich daar vaak meer bewust van, maar hun beloning is dusdanig groot dat het belang van positiebehoud groter is dan de roep van het geweten. Slaven met een gezond ontwikkeld geweten, komen voor deze posities niet in aanmerking.  

Deze organisatie van het misdaadsyndicaat functioneert op zich prima, maar kent een aantal kwetsbaarheden. Ten eerste werken er bij de verschillende afdelingen betrekkelijk veel mensen. Die moeten allemaal bestuurd (en betaald) worden en dat is niet erg efficiënt. Ten tweede kan het syndicaat alleen voortbestaan zolang de slaven niet beseffen dat het om een misdaadsyndicaat gaat. Dat maakt het hele systeem kwetsbaar voor plotselinge bewustzijnsgroei onder de slaven. 

Om die reden, wil het strategisch topmanagement (tevens de eigenaren van het syndicaat) het met minder submanagement gaan doen. Daarnaast wil het minder afhankelijk worden van het geloof van de slaven. Het moet eenvoudiger, efficiënter en (voor de eigenaren) veiliger. 

Om deze redenen, moet de organisatiestructuur op de schop. Het nadeel daarvan is dat de slaven gehecht zijn aan deze structuren, en daarom een eenzijdige verandering niet zomaar zullen accepteren. De oplossing hiervoor is het opzettelijk creëren van problemen (crisis) en het hiermee scheppen van een situatie van "overmacht". En die overmacht moet vervolgens maatregelen rechtvaardigen die zonder die overmacht niet aanvaard zouden worden.  

Maatregelen zoals directe individuele elektronische controle over het gedrag van alle slaven en een nieuw elektronisch verdienmodel (100% centraal gecontroleerd, digitaal geld) dat tevens het geweld van het uitvoerend management grotendeels overbodig maakt. De slaven kunnen dan immers bij ieder ongewenst gedrag, individueel en volautomatisch uitgesloten worden van de toegang tot voedsel en andere zaken die een levensvoorwaarde zijn voor die slaven. Zonder te kunnen teruggrijpen op anonieme contante betaling. Niet gehoorzamen betekent dan niet eten 

Daarnaast is het uitvoerend management (regeringen) nu erg versnipperd en dus is het besturen ervan omslachtig. Dit moet dus worden samengevoegd tot één afdeling (één wereldregering, met één wetgeving, één leger etc.) 

Op dit moment is er dus een reorganisatie gaande binnen het misdaadsyndicaat. Dit om te voorkomen dat het "wakker worden" van de slaven het einde van het syndicaat zal betekenen.  

Dit brengt echter wel een risico met zich mee: door alle veranderingen, zouden de slaven versneld tot ongewenste inzichten kunnen komen. Bijvoorbeeld het inzicht dat ze slaven zijn. Gerund door een misdaadsyndicaat. En dat ze zich - vóór de voltooiing van de reorganisatie - daarvan bevrijden. Ze zijn immers in een overgrote meerderheid en alleen hun geloof houdt ze gevangen....   

Spannende tijden dus.  


zondag 19 juli 2015

Bezuinigen

Mensen stemmen in met "bezuinigingen" omdat ze de collectieve situatie vergelijken met hun persoonlijke situatie. Als ze zelf teveel uitgeven en daardoor rood staan, moeten ze minder geld uitgeven. Dat betekent dat ze minder geld aan anderen moeten gaan betalen in ruil voor producten/diensten. Oftewel minder moeten kopen. Dat is herkenbaar voor mensen.

Maar collectief werkt het niet zo. Bij iedere transactie, betaalt het collectief zichzelf. Iedere uitgave in het collectief, is ook een inkomst ergens in dat collectief.

Een collectief is een verzameling mensen die iets gemeen hebben. Een munteenheid bijvoorbeeld.

Geld uit dat collectief houden aan de uitgavenkant (wat de definitie van bezuinigen is), resulteert dus in minder geld aan de inkomstenkant in dat collectief. En dus minder capaciteit aan de uitgavenkant, en dus minder aan de inkomstenkant etc. Een vicieuze cirkel waarvan de gevolgen nu zo duidelijk zichtbaar worden.

Bezuinigen leidt dus tot afname van het totale aantal transacties. Een ander woord voor het totaal aan transacties dat plaatsvindt in een collectief, is "economie". Bezuinigen leidt dus onherroepelijk tot krimp van de economie.

Dit betekent dat "leiders" (zoals Dijsselbloem en consorten) die beweren dat bezuinigingen leiden tot herstel van de economie, OF zo dom zijn dat ze dit eenvoudige principe niet begrijpen, OF dat ze liegen.

Op dit moment roepen vrijwel alle toonaangevende economen (waaronder Nobelprijswinnaars) dat bezuinigen leidt tot het vernietigen van de economie. Deze informatie is ook voor die "leiders" toegankelijk. 'We hebben het niet geweten' gaat dus niet meer op.

Dit betekent dat er geen andere mogelijkheid resteert dan dat de Dijsselbloemen van deze wereld liegen. Dat ze liegen als ze zeggen dat ze de bedoeling hebben de economie te herstellen, en vervolgens toch bezuinigen. Het betekent dat ze een andere bedoeling hebben. Dat ze de bedoeling hebben om de economie te vernietigen, in plaats van te herstellen. Het betekent dat ze malafide zijn.

De wereld kent een ellenlange historie van malafide "leiders", dus op zich is dit niks nieuws. Wat wel nieuw zou zijn, is het besef onder de bevolking dat het geen goed idee is om zich te laten leiden door dit soort malafide figuren. Volgens mij hebben we daarvoor als mensheid nu toch wel voldoende ervaring opgedaan.



donderdag 29 januari 2015

Winst: overproductie, werkloosheid en slavernij




De meeste mensen menen te weten dat winst* goed is. Dat de economie winst nodig heeft en dat iedereen daar uiteindelijk van profiteert. Maar is dat wel zo? 

Wat is winst eigenlijk?  

Iets krijgt pas (handels)waarde als er arbeid aan toegevoegd wordt. Grondstoffen zijn immers door de natuur gegeven en dus gratis. Pas als er arbeid aan toegevoegd wordt (door ze bijvoorbeeld op te graven) krijgen ze geldwaarde. Als er vervolgens opnieuw arbeid aan toegevoegd wordt (als er iets van gemaakt wordt), dan stijgt de waarde. Arbeid is dus het enige dat waarde genereert. Anders gezegd: arbeid = waarde.

Maar de waarde van iets, is iets anders dan de prijs ervan. Dat komt omdat in de prijs het element winst is toegevoegd. Winst is geld dat overblijft nadat alle arbeid/waarde betaald is. Winst is het aandeel in de prijs waar geen waarde/arbeid tegenover staat. 

Prijs = waarde/arbeid + winst.  

Dit geldt voor de gehele productieketen, want ook de prijs van alle productiemiddelen zoals gebouwen, energie, machines, halffabricaten, vreemd kapitaal etc. is opgebouwd uit arbeid + winst.  De eindprijs van ieder product/iedere dienst bestaat uiteindelijk dus uitsluitend uit een optelsom van de elementen arbeid en winst

Winst is dus het deel van de prijs waarvoor geen arbeid (=waarde) geleverd is. Omdat arbeid het enige is dat waarde toevoegt, is de prijs van een product/dienst (incl. winst) altijd hoger dan de waarde ervan. De prijs is immers: waarde PLUS winst. 

Maar om het product te kunnen kopen, moet wel die prijs (inclusief de winst dus) betaald worden. En om het benodigde geld daarvoor te verdienen, moet wel arbeid geleverd worden. Dat betekent dat er altijd meer arbeid geleverd moet worden om een product te kunnen kopen, dan nodig is om hetzelfde product te maken. Het verschil is de winst. 

Alle werkende mensen bij elkaar maken (met hun arbeid) alle producten en diensten die beschikbaar zijn. Dat werken wordt beloond met geld. Al die mensen bij elkaar krijgen echter voor het maken van die producten, minder geld dan ze moeten betalen voor het kopen ervan. Om genoeg te verdienen om de producten toch te kunnen kopen, moeten de mensen altijd meer werken dan nodig is om diezelfde producten te maken. Vanwege de winst. 

Overproductie

Dat benodigde extra werk, leidt natuurlijk ook tot extra productie. Als mensen meer moeten werken dan feitelijk nodig is, produceren ze ook meer dan feitelijk nodig is. 

Anders gezegd: vanwege winst moet er altijd meer gewerkt, en dus meer geproduceerd worden dan er gekocht kan worden. Dat is overproductie. 

Werkloosheid

Overproductie bestaat uit onverkochte producten. Eigenaren van bedrijven zullen het niet prettig vinden als ze met hun producten blijven zitten, en zullen de productie daarom omlaag willen brengen. Dat betekent dat er minder gewerkt zal kunnen worden. Dat resulteert dus in minder werkgelegenheid. En dus minder verdiengelegenheid. En dus minder koopgelegenheid. 

Winst genereert een kloof tussen productiecapaciteit (teveel) en koopcapaciteit (te weinig).  

Winst leidt dus onherroepelijk tot overproductie en overproductie leidt onherroepelijk tot werkloosheid.  

Dit is precies wat er nu gebeurt. Mensen hebben behoefte aan producten, maar verdienen met het maken van die producten onvoldoende om ze allemaal te kunnen kopen (vanwege de winst). Daarvoor moeten ze extra werken en dat betekent overproductie. Overproductie leidt tot terugschroeven van productie en dus tot afname van werkgelegenheid. En dus tot afname van verdiengelegenheid. En dat betekent steeds minder gelegenheid om producten te kunnen kopen. Dit mechanisme leidt tot armoede. 

Armoede is niet gebrek aan geld, maar gebrek aan toegang tot benodigde producten zoals onderdak, voedsel, energie, kleding etc. Allemaal producten van menselijke arbeid. Die toegang wordt beperkt door winst. Winst leidt tot beperkte toegang tot de producten die alle mensen bij elkaar, zelf maken.  

Rijkdom 

Verreweg de meeste mensen verdienen hun geld met werken. Met het leveren van arbeid dus. Oftewel, met het leveren van waarde. 

Voor verreweg de meeste mensen is dat de enige manier om aan het benodigde geld te komen om producten/diensten te kunnen kopen. Soms geven mensen het met hun arbeid verdiende tegoed (geld) niet meteen uit. Dat heet sparen. Sparen leidt tot het bezit van waarde.  

Dit geldt voor vrijwel iedereen. Behalve voor de winstmakers. Winst is immers geld waarvoor geen arbeid geleverd is. Degene die de winst opstrijkt, is dus degene die geld krijgt zonder er zelf arbeid voor te leveren. Zonder er waarde voor te leveren. Winst maken is profiteren van de arbeid die door anderen geleverd is. 

Dit betekent dus: tegoed (geld) ontvangen zonder waarde te leveren. Wanneer dat geld cumuleert (oppot), leidt dat tot rijkdom van de winstmaker. Er is dus een verschil tussen bezit (nog niet uitgegeven tegoed uit arbeid) en rijkdom (gecumuleerd tegoed, zonder geleverde arbeid). 

Alle rijken op de wereld, hebben hun rijkdom vergaard door winst. Niet door werken. Een handjevol allerrijksten, heeft momenteel meer geld dan de 3,5 miljard armste mensen bij elkaar. Dat hebben ze niet voor elkaar gekregen door miljoenen malen zoveel arbeid te leveren als die armen. Dat hebben ze gegenereerd met winst.  

Rijkdom bestaat dus uit winst. Winst is geld waarvoor anderen gewerkt hebben, maar dat opgestreken wordt door mensen die daarvoor geen arbeid (=waarde) geleverd hebben.  

Rijkdom bestaat uit niet-uitgegeven geld. Als je al het geld dat binnenkomt uitgeeft, word je immers niet rijk. Je wordt rijk als je meer geld binnenkrijgt dan je uitgeeft. Als dat geld oppot. Rijkdom is dus geld dat uit de roulatie gehaald is. Geld dat geparkeerd is bij de winstmakers/rijken. Geld waarvoor (door leden van de samenleving) gewerkt is, maar dat niet beschikbaar is in de samenleving.  

Rijkdom is dus uit de samenleving weggeparasiteerde, gecumuleerde waarde. Waarde die ten goede komt aan degenen die zelf geen waarde leveren. Aan de winstmakers. 

Slavernij

Winst is dus het profiteren/toe-eigenen van de opbrengst van de arbeid van anderen. En dat is precies de definitie van slavernij.  

Winst = slavernij. 

Als op het totaal van alle producten winst gemaakt wordt, zijn alle mensen die al die producten maken gedeeltelijk slaaf. Een deel van de opbrengst van de door hen geleverde waarde (arbeid) komt dan immers ten goede aan de winstmakers, en dus niet aan henzelf (terwijl zij de werkelijke waarde/arbeid leveren).  

Het bestaan van het verschijnsel rijkdom, bewijst dat die winst ook daadwerkelijk gemaakt wordt. De rijkdom van de rijken bestaat immers uit winst. 

Sterker nog: de rijken worden steeds rijker en de armen steeds armer. Dat betekent dat het totaal aan winst toeneemt. En dat betekent dat er sprake is van toenemende overproductie, toenemende werkloosheid en toenemende armoede. En toenemende slavernij. 

Is winst nodig? 

Als iedere werknemer, inclusief de directeur/eigenaar, betaald is voor zijn arbeid, waarom zou er dan nog winst gemaakt moeten worden?

Een vaak gehoord argument is: om reserve op te bouwen voor moeilijkere tijden. Maar reserve is geen winst. Het blijft in het bedrijf en komt niet ten goede aan de winstmakers (eigenaren/aandeelhouders).  

Een ander argument is: om investeerders en financiers te interesseren. Waarom zou iemand investeren in het bouwen van bijvoorbeeld een fabriek, als er geen winst in het vooruitschiet ligt? 

Feitelijk zijn er twee type investeerders: mensen/instellingen die veel geld beschikbaar hebben, en banken. 

Mensen/instellingen die veel geld ter beschikking hebben, zijn rijken. Hun geld bestaat dus al uit voorheen gecumuleerde winst. Doordat zij parasiteren op de werkenden en daarom rijk zijn, worden de mensen die de werkelijke waarde (arbeid) leveren, armer. Daardoor kunnen die werkenden niet zelf gezamenlijk investeren. Investeerders zijn dus nodig als gevolg van winst. En niet omgekeerd. 

Het product van banken is geld. De prijs van dat product is rente, en ook die prijs bestaat uit de combinatie arbeid + winst. 

Banken creëren geld uit niets. Dat betekent voor banken: arbeid (vrijwel 0%) + winst (vrijwel 100%) = prijs (rente). 

Zonder die winst zou de prijs van het beschikbaar stellen van een voorschot (krediet) vrijwel nul zijn. En dus geen invloed hebben op de eindprijs van het product. Dat is nu (in hoge mate) wel het geval. 

Winst is slavernij. Alleen als we vinden dat slavernij noodzakelijk is in de samenleving, zou er een rechtvaardiging bestaan voor winst. 

Wat dan?

Ons huidige monetair/economische systeem maakt het mogelijk om waardedrager (geld) te bemachtigen zonder er waarde (arbeid) voor in ruil te geven. Winst te maken dus.  

Hoe meer winst iemand maakt, hoe meer rijkdom hij vergaart en hoe gemakkelijker het wordt om nog meer winst te maken. Dat gaat in toenemende mate ten koste van degenen die wel echte waarde/arbeid leveren. Winst van enkelen, betekent verlies voor velen.  

Als we dat niet meer willen, is dat zeer eenvoudig op te lossen: maak een systeem waarin waardedrager (geld) uitsluitend te verkrijgen is door waarde (arbeid) te leveren. En op geen enkele andere manier.  

Dan kan er alleen nog bezit bestaan (nog niet uitgeven geld uit geleverde arbeid/waarde), en geen rijkdom (gecumuleerde winst, zonder geleverde arbeid/waarde).  

En omdat armoede het gevolg is van rijkdom/winst kan er dan dus ook geen armoede meer bestaan. En geen overproductie (met alle gevolgen van dien voor de planeet). En geen werkloosheid. Dan zou iedereen precies evenveel waarde kunnen kopen als hij levert. En dan zou niemand meer moeten werken dan werkelijk nodig is. Of minder verdienen dan hij verdient te krijgen.  


* Voor de duidelijkheid: met winst bedoel ik niet de verdiensten van een kleine zelfstandige. Dat is gewoon vergoeding voor de door hemzelf geleverde arbeid. Bij alle andere bedrijven (BV's, NV's etc.) wordt de winst berekend na aftrek van alle loonkosten, dus ook die van de directeur/eigenaar. Deze winst komt ten goede aan de eigenaren/aandeelhouders die zelf niets bijdragen aan het tot stand komen van de producten die de bedrijven waarvan ze aandeelhouder zijn, produceren.