woensdag 6 november 2013

Macht


 

 

De meeste lezers zullen wel weten dat het onderwerp macht een rode draad is in al mijn stukjes. Macht en machtsverhoudingen zijn mijns inziens de oorzaak van veel (zo niet alle) ellende in de wereld.  

Vaak krijg ik de tegenwerping dat ik me zou bezondigen aan complotdenken. Dat is zeker niet het geval. De macht waarover ik het heb, is niets meer dan een mechanisme. Een logisch mechanisme waarvan je de werking op ieder moment kunt waarnemen als je de moeite neemt om ernaar te kijken. Het heeft helemaal niets met kwaadaardigheid of sinistere complotten te maken. Het heeft te maken met voorkeur.  

Dat macht aantrekkelijk is voor sommige mensen, zal niemand ontkennen. Er zijn altijd mensen die erop uit zijn en zo is het ook altijd geweest. In de loop van de geschiedenis heeft het geleid tot enorme machtsbolwerken zoals de koning- en keizerrijken, de macht van de kerk, van de grootindustriëlen tijdens de industriële revolutie en de macht van de grootste militaire en economische grootmachten van nu.  

Ondanks het feit dat macht voor veel mensen aantrekkelijk is, lukt het maar enkelen om daadwerkelijk macht te verkrijgen. Er zijn altijd meer mensen die macht willen, dan er mensen zijn die daadwerkelijk macht verwerven. Macht verwerven is namelijk niet gemakkelijk. Het vraagt een enorme, bijna monomane inspanning, waarbij alles opzij gezet moet worden om het doel te bereiken.  

Vanzelf gaat het dus niet. Om macht te verwerven moet je plannen maken. Slimme plannen, anders lukt het je niet. Er zijn immers meer kapers op de kust, en die maken ook slimme plannen. Wanneer jouw plan minder slim is dan het plan van je tegenstrever, dan behaal jij niet je doel, maar is het die tegenstrever die dat doet.  

Macht (iedere macht) begint dus met de intentie macht te verwerven. Die intentie is gebaseerd op de overtuiging dat macht waardevol is en dat de strijd om die macht te verwerven dus de moeite waard is. Het moet het hoogste doel zijn. Een doel dat rücksichtslos nagestreefd moet worden. Iedere terughoudendheid als gevolg van bedenkingen, is een nadeel. Simpelweg omdat er altijd tegenstrevers zijn die deze bedenkingen niet hebben, of bereid zijn ze aan de kant te zetten.   

Dit betekent dus dat degenen die werkelijk macht hebben, altijd degenen zijn die er het best in geslaagd zijn die macht te verwerven. Het zijn degenen die het mechanisme van macht het best begrijpen, en daar het slimst mee omgegaan zijn. Het zijn degenen die bereid waren alles opzij te zetten (meer dan hun tegenstrevers) om hun doel te bereiken, en daarbij alle zijdelingse overwegingen overboord gezet hebben. Anders waren ze links of rechts ingehaald door andere machtszoekers. Machtszoekers die rücksichtsloser waren dan zij.  

Als macht dus niet je hoogste doel is, dan bereik je dat doel niet. Om de doodsimpele reden dat er dan anderen zijn die beter uitgerust zijn dan jij en jou voorbijstreven. Het betekent dat degenen die daadwerkelijk macht verworven hebben, per definitie rücksichtslos zijn, en dus bereid zijn er alles voor te doen, inclusief liegen, manipuleren en verder alles dat nodig is voor het bereiken van het doel. Ook als dat ten koste gaat van anderen.  

Maar rücksichtslos is iets anders dan kwaadaardig. Mensen die macht nastreven zullen zichzelf dan ook nooit beleven als kwaadaardig. Ze begrijpen gewoon dat dit soort zaken noodzakelijk zijn om te kunnen zijn wat ze denken te moeten zijn: machtig. Ze zullen zichzelf als uiterst gekwalificeerd beschouwen voor hun machtspositie.  

Maar niet iedereen denkt zo. Niet iedereen vindt het OK om anderen te benadelen (of erger) om een persoonlijk doel (al dan niet gelardeerd met een vleugje idealisme) te bereiken. Ondanks het feit dat er altijd meer machtszoekers zijn dan machthebbers, heeft het overgrote deel van de bevolking een heel andere mentaliteit. Veruit de meeste mensen leven liever in harmonie met anderen, dan erover te heersen. Maar het is juist die overgrote meerderheid waarover machthebbers macht hebben.  

Macht is het vermogen om anderen te laten doen wat de machthebber wil. Hoe meer macht een machthebber heeft, hoe meer hij dus zijn wil kan opleggen aan anderen, en die anderen kan laten doen wat hij wil dat ze doen. Naarmate zijn macht groeit, kan hij in toenemende mate anderen voor hem inzetten. Een belangrijk deel van zijn macht kan hij dan aanwenden om anderen (bijvoorbeeld legers, politie, ambtenaren) ervoor te laten zorgen dat zijn macht groeit. Hoe meer macht hij heeft, hoe meer mensen hij dat kan laten doen, en hoe meer macht hij kan verkrijgen. Dat heet het hefboomeffect.  

Dit is dus een mechanisme dat zichzelf aandrijft: hoe meer macht, hoe meer macht. Wanneer dit mechanisme onbelemmerd kan voortduren, komt logischerwijze uiteindelijk alle macht op één plek terecht: bij de machtigste.  

De enige belemmering is de concurrentie van andere machtszoekers. De strijd om de macht dus. Die strijd kost veel aandacht en energie en werkt dus verzwakkend voor de strijdende partijen. Het is immers aandacht en energie die gestoken moet worden in de strijd met andere machthebbers, en dus niet gestoken kan worden in de essentie van macht: het heersen over de bevolking.  

In veel gevallen dringt dat besef ook bij machthebbers door en worden er allianties gevormd met andere grote spelers. Samen het machtsmonopolie delen is vaak aantrekkelijker dan het vechten om de toppositie. Er worden dan strategische afspraken gemaakt die voor beide partijen een voordeel bieden in hun streven naar macht. Sommige mensen noemen dat een complot of een samenzwering. Maar het is niks meer dan een logische en (gezien vanuit hun denkwijze) voor de hand liggende oplossing.  

Dat veel mensen er twijfels over hebben of zoiets in de praktijk gebeurt, komt omdat veruit de meeste mensen niet de mentaliteit van een machtszoeker hebben, en zich dus wel laten leiden door andere overwegingen dan macht. Zoals bijvoorbeeld het eigen geweten en het welzijn van anderen. Het lijkt daarom bijna ongelofelijk dat er mensen zijn die daaraan geen boodschap hebben.  

En toch zijn het juist die mensen die komen bovendrijven. Het is immers die mentaliteit die noodzakelijk is om de betreffende posities te kunnen verwerven. Een mentaliteit die weliswaar bij betrekkelijk weinig mensen voorkomt, maar toch altijd bij meer dan voldoende om daarmee de posities te bemannen.  

Machthebbers behoren per definitie tot een kleine minderheid. Macht heb je pas als je het te vertellen hebt over meerdere mensen. Hoe meer mensen, hoe meer macht en hoe groter in verhouding de meerderheid is waarover je macht hebt. Er zijn dus niet veel mensen met de machtsmentaliteit nodig om machthebbers te krijgen. Maar die mentaliteit is wel een voorwaarde om er een te worden. Het zijn dus juist de uitzonderingen die de posities verwerven. Uitzonderingen met een mentaliteit die per definitie niet aansluit bij de meerderheid van de mensen. 

Machthebbers zijn in staat om anderen te laten doen wat zij willen dat ze doen. Ze zijn daarmee dus bepalend voor hetgeen die anderen doen. En met dat doen, richten wij (alle mensen) de samenleving in. Die samenleving wordt daarmee dus ingericht naar de voorkeur van de machthebber.  

En omdat machthebbers (noodzakelijkerwijze, anders waren ze geen machthebber) een heel andere mentaliteit hebben dan de meeste mensen, wordt die samenleving dus ingericht naar een andere voorkeur dan die van de meeste mensen. En daarmee zal die samenleving dus niet naar de voorkeur zijn van de meeste mensen. Om de doodsimpele reden dat dit de drijfveer is van machthebbers: het inrichten van de wereld naar hun zin, en de anderen dit laten uitvoeren.  

Dat betekent dus dat de meeste mensen, onder bevel van machthebbers, een wereld bouwen die niet naar hun eigen zin is. Een wereld die vooral de mentaliteit van machthebbers weerspiegelt, en niet hun mentaliteit. En toch wordt die wereld gebouwd door niet-machthebbers (de rest van de mensheid) die zich laten sturen door machthebbers. Het zijn de niet-machthebbers die een wereld bouwen die niet naar hun eigen zin is en die niet de denkwijze van de meeste mensen weerspiegelt. 

Machthebbers hebben dus bepaalde eigenschappen die ervoor zorgen dat ze machthebber zijn. Eigenschappen die de meeste andere mensen afkeuren. Eigenschappen die niet overeenstemmen met het geweten en de intenties van de meeste mensen. En toch laten de meeste mensen zich erdoor leiden. Deden ze dat niet, dan waren de machthebbers geen machthebber meer. Macht heeft een machthebber immers alleen als mensen daadwerkelijk doen wat hij zegt.

Machthebbers weten dat. Ze weten dat hun voorkeur anders is dan de voorkeur van de meeste mensen. Strijdig zelfs. Maar om de eigen voorkeur ten uitvoer te laten komen, hebben ze wel de medewerking van de uitvoerders (de rest van de mensheid) nodig. Zo weten ze bijvoorbeeld dat veruit de meeste mensen het liefst in vrijheid en in harmonie met anderen leven. Maar daarmee bereiken ze hun doel niet.  

Om de rest van de mensen te laten doen wat machthebbers willen dat ze doen, is het dus noodzakelijk die anderen te misleiden. Wanneer machthebbers openlijk zouden laten blijken wat hun motieven zijn, dan zouden anderen er niet aan meewerken en dan is het gedaan met hun macht. Misleiding is dus een voorwaarde om macht te verkrijgen en te behouden. Degenen die het handigst misleiden, maken dus meer kans op machtsposities dan degenen die daar minder goed in zijn.  

We kunnen er dus vanuit gaan dat degenen op de hoogste machtsposities, het misleidinginstrument efficiënt gebruiken. Dat ze ons onder valse voorwendselen dingen laten doen waarvan we de resultaten zelf niet OK vinden. Dingen die resultaten opleveren die niet overeenstemmen met onze voorkeuren en onze mentaliteit. Als dat wel het geval was, dan hoefden ze ons immers niet te misleiden want dan zouden we het uit onszelf doen. En als we het uit onszelf zouden doen, was macht overbodig.  

Als we nu weten dat machthebbers een andere mentaliteit hebben dan wij, andere doelen nastreven dan wij, geen boodschap hebben aan het welzijn van mensen, en ons per definitie misleiden, waarom zouden we dan nog naar ze luisteren? Waarom zouden we ze dan nog geloven? Waarom zouden we ons laten blijven verleiden om dingen te doen die alleen goed zijn voor die kleine minderheid? Dingen die resulteren in zaken die wij zelf afkeuren? 

Anders gezegd: waarom zouden we ons laten blijven leiden door mensen die een mindset hebben die de meeste mensen afkeuren? Eigenschappen die nog het best omschreven kunnen worden als psychopathisch (ook psychopaten vinden zichzelf niet kwaadaardig). Eigenschappen die een voorwaarde zijn om machthebber te worden, en die dus alle machthebbers bezitten, en waardoor de mensheid al vele eeuwen geteisterd wordt.

Waarom zouden we ons nog langer laten leiden door juist deze minderheid? Een minderheid die gekenmerkt wordt door bikkelhard egoïsme dat, zoals altijd, ten koste gaat van alle anderen.  

Hoe lang zal de mensheid nog blijven geloven dat de huidige "leiders", het deze keer wel goed met ons voorhebben? En zich er, voor de zoveelste keer, aan conformeren. En voor de zoveelste keer de bittere gevolgen ervan zal moeten ondergaan.

Een keer moet het toch doordringen: we hebben niemand nodig om ons te vertellen wat we moeten doen. We hoeven alleen maar te doen wat we zelf OK vinden. Zodra we ons laten leiden door machthebbers, weten we zeker dat het niet OK is wat we doen, tenminste, niet naar onze eigen maatstaven. En dat komt omdat machthebbers andere dingen OK vinden dan wij. 

woensdag 28 augustus 2013

Tijd voor iets werkelijk nieuws






Dat regeringen en bestuurders er een puinhoop van maken wordt voor iedereen steeds duidelijker. Welke "democratisch gekozen" politici het op ieder willekeurig moment ook voor het zeggen hebben, de ene domheid lijkt op de andere gestapeld te worden en de ene na de andere zo betrouwbaar lijkende bestuurder blijkt bij nader inzien een frauderende zakkenvuller, corrupter dan de gemiddelde politieagent in Baribaki. 

Geen wonder dat steeds meer mensen gaan nadenken over de vraag: 'Hoe dan wel?' Hoe zorg je voor een betrouwbaar en rechtvaardig bestuur? In de loop der tijd is er een keur aan systemen en ideologieën uitgedacht en in veel gevallen ook toegepast. Het socialisme, het communisme, het kapitalisme (en nog een hoop ander -ismes) en zelfs de democratie, zijn allemaal modellen geweest die de bedoeling hadden een werkbare hiërarchische structuur over de samenleving te leggen. Allen hebben gefaald.
 
Het verwondert me dan ook dat de meest gangbare vraag nog steeds is: 'Hoe moet de wereld bestuurd worden?', in plaats van: 'Moet de wereld wel bestuurd worden?'

Zou het niet eens tijd worden om in te zien dat ieder hiërarchisch model uiteindelijk verzandt in onderdrukking en leed onder de bevolking? We hebben er in ons deel van de wereld nu zo'n 20 eeuwen opzitten die gedomineerd waren door allerlei vormen van bestuur en dus van macht. Kijk de geschiedenisboeken er nog eens op na en zie dat die geschiedenis bepaald wordt door een aaneenschakeling van ellende als gevolg van macht en de strijd om macht.

Er was of oorlog, de strijd om macht die altijd ten koste gaat van de bevolking, of geen oorlog en dat betekende in de meeste gevallen dat de bevolking zwaar te lijden had onder het gezag van despoten en heersers. 

Ook in deze tijd wordt het nieuws (de geschiedenis van morgen) bepaald door oorlog en machtsstrijd. Misschien wel meer dan ooit en misschien heeft de wereldbevolking ook wel meer dan ooit te lijden onder terreur van de technologische geweldsmachinerie waarover overheden en politiek het monopolie hebben. Kijk bijvoorbeeld even naar de honderden miljoenen doden door overheidsgeweld in de afgelopen honderd jaar. 

Welbeschouwd zou het voor de hand liggen dat we daar nu toch onderhand meer dan genoeg van hebben. Dat na twintig eeuwen van chaos en ellende, oorlog en geweld, uitbuiting en armoede, vervolging en genocide, mensen toch een keer tot het inzicht zouden komen dat het geen goed idee is om macht te verlenen aan wie dan ook. 

Daarom vind ik het verbazingwekkend dat de idiote overtuiging dat mensen "leiders" nodig hebben, nog steeds bestaat. Vrijwel iedereen meent te weten dat een hiërarchische inrichting van de samenleving "nou eenmaal bij mensen hoort". Dat dit noodzakelijk is. Dat het zonder leiders of heersers één grote chaos zou worden. Dat we zonder overheidsdwang elkaar voortdurend de harses zouden inslaan, massaal bestelen of zouden laten verkommeren.  

In mijn optiek is dat een van de allermafste overtuigen die er bestaan. Een overtuiging die niet zomaar bestaat, nee, die zo wijdverbreid en hardnekkig is dat bijna niemand eraan lijkt te twijfelen.

Die overtuiging is gebaseerd op de gedachte dat mensen vanuit zichzelf niet in staat zijn het juiste te doen. Dat mensen alleen dat juiste doen als ze daartoe gedwongen worden door andere mensen. Betere mensen. Mensen die wel weten wat het juiste is en dat aan ons opleggen en van ons afdwingen. Door "leiders". Anders doen we het niet... 

Maar, als onze overheid even niet toekijkt, gaan we elkaar dan werkelijk te lijf? Slaan we elkander dan werkelijk de kop in? De mensen hier in de straat in ieder geval niet, net zomin als de mensen in de volgende straat. Sterker nog: de mensen in deze straat gaan de mensen in de volgende straat niet eens te lijf. Zelfs niet als onze hoeders even de andere kant opkijken. 

Laten we dat achterwege omdat we bang zijn voor de mogelijke straffen? Ik ken werkelijk niemand die zo denkt. Mensen doen dat niet omdat ze dat niet willen doen.

Nou weet ik best dat er ook mensen zijn die niet het beste voorhebben met anderen. Mensen die er geen bezwaar in zien om anderen te benadelen of te beschadigen ten bate van hun eigen belang. Maar hebben we werkelijk een dwingende overheid nodig om ons daartegen te beschermen? 

De meeste mensen gaan uit van de gedachte: als het met de anderen goed gaat, gaat het ook goed met mij. Veruit de meeste mensen zijn er helemaal niet op uit om anderen te benadelen. 

Maar naar schatting zo'n 3 tot 10% van de mensen is behept met een variërende mate van psychopathie, denkt alleen aan zijn eigen belang en probeert andere mensen te manipuleren, te bestelen of op andere wijze te benadelen ten bate van zichzelf. Dat zijn de superegoïsten die uitsluitend aan zichzelf denken en die het niets kan schelen of dat ten koste van een ander gaat.  

Maar rechtvaardigt dat een surveillancecultuur waarbinnen overheidsgezag ons daartegen zou moeten beschermen? Dat zou betekenen dat die overheid nooit meer de andere kant op kan kijken, iedereen onder controle moet houden, dus ook degenen die helemaal geen kwaad in de zin hebben. Een tendens overigens die momenteel sterk gaande is met alle cameratoezicht, elektronische controle en (binnenkort in dit theater) drones die ons begluren. Maar is dat een goed idee? Ik denk het niet.  

Ten eerste omdat het nu toch onderhand duidelijk zou moeten zijn dat lieden met een psychopathische inslag juist onevenredig vaak naar boven drijven in bestuurlijke functies. De geschiedenis (evenals het heden) staat werkelijk bol van despoten, heersers, bestuurders en machthebbers die vooral gekenmerkt worden door niets ontziend egoïsme. Wiens gezag vooral aangewend wordt voor de eigen macht en rijkdom, zonder enig oog voor de ellende en armoede van de bevolking. 

Het zijn juist diegenen die het handigst zijn in liegen, bedriegen en manipuleren en er ook geen enkel bezwaar tegen hebben als dat ten koste gaat van wie dan ook (behalve zijzelf), die voor zichzelf de beste en meest invloedrijke posities weten te bemachtigen. Logisch, oefening baart immers kunst. 

Voorbeelden te over, en ook wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat er in de bestuurlijke toplagen veel meer superegoïsten en psychopaten te vinden zijn dan gemiddeld onder de bevolking. 

Is het dan een goed idee om ons door rücksichtsloze egoïsten te laten beschermen tegen rücksichtsloze egoïsten? Dat lijkt me net zoiets als je huis laten bewaken door het inbrekersgilde of je kinderoppas te rekruteren bij de pedofielenvereniging. Niet slim dus.

Maar wat nog veel belangrijker is: wij kunnen misdadigers veel beter zelf aanspreken op hun ontoelaatbare gedrag. Wanneer er geen gezag zou zijn, dan hadden we geen andere keuze dan deze mensen zelf te corrigeren en dat is veel effectiever. Als er dan iemand in de buurt een ander zou beschadigen, dan zouden we er zelf op afstappen en duidelijk maken dat dit gedrag ontoelaatbaar is. In plaats van naar de politie gaan, zoals nu het gebruik is, en de verantwoordelijkheid over te laten aan anonieme vertegenwoordigers van het gezag, die er eigenlijk buiten staan.

Juist omdat de politie en het gezag er eigenlijk buiten staan is het momenteel nodig om iedereen als potentiële misdadiger te behandelen, zoals in steeds toenemende mate het geval is. 

Wanneer er geen wetten en gezag zouden zijn dan zou er voor ons niets anders opzitten dan te doen wat we zelf het juiste vinden. De mensen in de straat zouden degenen die in hun directe omgeving over de schreef gaan, zelf moeten corrigeren, in plaats van naar de politie te stappen en het over te laten aan een anonieme vertegenwoordiger van het gezag. 

Ja maar, hoor ik u zeggen, zonder wetten worden onze rechten niet beschermd. Welnu, wetten zijn er helemaal niet om uw rechten te beschermen. Wetten zijn er om privileges te beschermen en dat zijn meestal niet uw privileges. In feite hebben we geen enkel recht toegekend gekregen door wetgeving, al was het maar omdat u over de wetgeving niets te vertellen hebt. 

Het is de politiek, die deel uitmaakt van het gezag, die de wetten bepaalt en naar eigen smaak kan aanpassen als ze dat zo uitkomt. Wetten beschermen daarom vooral de posities van de hiërarchisch hooggeplaatsten. De enige situatie waarin die wetten, theoretisch gezien, enige bescherming zouden opleveren, is wanneer politiek, overheid en gezag werkelijk het beste met u voor zouden hebben. Het moge onderhand duidelijk zijn dit in veruit de meeste gevallen niet zo is. 

Gezag heeft alleen bestaansrecht als we in de overtuiging verblijven dat we tegen onszelf beschermd moeten worden. Als we ervan overtuigd blijven dat we er zonder gezag een moordende en stelende chaos van zouden maken omdat dit "nou eenmaal in de aard van mensen"  zou liggen. Maar dat spreekt faliekant tegen de gangbare gedachte dat democratie een goed en eerlijk systeem zou zijn en dat democratie zo ongeveer gelijk zou staan aan vrijheid.

Maar wanneer wij mensen, er werkelijk op uit zouden zijn elkaar te bestelen, de kop in te slaan of zwakkeren te laten verkommeren, waarom stemmen we dan niet massaal op partijen die deze dingen voorstaan? Dat doen we niet omdat we dat niet willen 

Democratie heeft werkelijk helemaal niets met vrijheid van doen. Als een slaaf mag kiezen wie zijn slavendrijver is, aan wie hij moet gehoorzamen, is hij dan vrij? 

Democratie is een systeem dat de hiërarchie in stand houdt, met instemming van de bevolking. Handig, want dat scheelt een hoop gedoe met het in bedwang houden van die bevolking. Er wordt ons niet gevraagd of we ons zelfbeschikkingrecht willen weggeven aan een ander (een 'leider' die voor ons mag beslissen) maar aan wie we het willen weggeven. En toch gaan we steeds maar weer vrijwillig naar de stembus om ons zelfbeschikkingrecht weg te geven in de veronderstelling dat we "nou eenmaal bestuur nodig hebben". We gedragen ons als gehoorzame kinderen. Terwijl we toch helemaal geen kinderen zijn. 

En het gezag gedraagt zich als een ouder die nog steeds zeggenschap wil behouden over zijn volwassen kinderen. Die deze volwassen kinderen nog steeds meent te moeten opleggen wat ze moeten doen of laten. Het gaat dan al lang niet meer om het nemen van verantwoordelijkheid (dat kunnen volwassenen prima zelf) , maar om het behoud van de (machts)positie. Het is dan aan die volwassen kinderen om zich daarvan los te maken door de bevelen simpelweg te negeren en zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun doen en laten.

Een hiërarchisch ingerichte wereld is al tientallen eeuwen onze realiteit. Die realiteit is het gevolg van onze overtuiging dat dit een noodzakelijkheid is. Dat het onontkoombaar is. Daarom stemmen we ermee in en daarom blijft die realiteit zo bestaan.

Maar dat die realiteit altijd zo geweest is, wil nog niet zeggen dat het altijd zo moet blijven. Wat als die overtuiging nou een vergissing is? Dat die vergissing al zoveel eeuwen bestaat, maakt die vergissing nog niet tot waarheid. 

De chaos en het geweld in de wereld zijn juist het gevolg van bestuurlijke macht. Het zijn machthebbers en overheden die oorlogen, moord en doodslag, en systematische diefstal op hun geweten hebben. Allemaal zaken waartegen diezelfde overheden ons juist zouden beschermen, in onze overtuiging. Diezelfde overtuiging laat ons als gehoorzame soldaten, politieagenten, belastingambtenaren en andere volgzame handlangers, de gruwelijkheden uitvoeren.  

Wat als we helemaal geen bestuur, leiding of gezag nodig hebben om het juiste te doen? Wat als we gewoon gingen doen wat we allemaal willen doen: voor onszelf en voor onze dierbaren zorgen? En die dierbaren weer voor hun dierbaren. Dan zorgt iedereen voor iedereen en dan hebben we helemaal niemand meer nodig die ons vertelt wat we moeten doen, met alle gruwelijke uitwassen van dien. Uitwassen die het, getuige de beschreven ellende, ons juist onmogelijk maken om ervoor te zorgen dat het goed gaat met ons en met degenen die ons aan het hart liggen. 

Het zal natuurlijk even wennen zijn om zelf te beslissen wat het juiste is om te doen. We zijn zo lang gewend geweest dat anderen, bestuurders, politici en overheden ons dat vertellen. Maar na al die eeuwen ellende zou het nu toch onderhand duidelijk moeten zijn dat dit geen goed idee is. Er zit dan werkelijk niks anders op dan eraan te wennen om voortaan de verantwoordelijkheid voor onszelf te nemen. 

Tijd voor iets werkelijk nieuws dus. 
 

maandag 26 augustus 2013

Verandering



Oplossingen


In deze tijd hoor ik een steeds sterkere roep om verandering. Om oplossingen. Maar de roep om pasklare oplossingen is welbeschouwd de oorzaak van de problemen.


De wens is dus: anderen moeten oplossingen bieden. En dat is dus precies wat we krijgen: oplossingen geboden door anderen.


Logischerwijze zullen die oplossingen vooral in het belang zijn van degenen die ze aanbieden, en niet zozeer in het belang van degenen die erom geroepen hebben. Het geldsysteem is daar een uitstekend voorbeeld van.

Iedereen doet natuurlijk verschillende dingen, maar de wereld, onze collectieve realiteit, wordt uiteindelijk ingericht door de optelsom van wat alle mensen doen. En wat mensen doen wordt bepaald door wat mensen denken: iedereen heeft een motief om te doen wat hij doet.

Het collectief (de optelsom van alle individuen in de samenleving, en dus van alle motieven van die individuen) krijgt daarom altijd wat het werkelijk wil. Die wereld is dus altijd ingericht naar de meest gangbare wensen in het collectief. De ultieme democratie bestaat en heeft altijd bestaan!

Verantwoordelijkheid

Een van de meest gangbare wensen is: de verantwoordelijkheid overlaten aan een ander. Een ander, een 'leider' de oplossingen laten brengen. En "gelukkig" werpen er zich altijd wel mensen op die dat graag voor ons doen... We krijgen dus wat we wensen.

Laten we er eens vanuit gaan dat we werkelijk verandering willen, bijvoorbeeld een meer rechtvaardige manier om elkaars inspanningen uit te wisselen; rechtvaardiger dan het huidige geldsysteem. Er zijn al prima alternatieven beschikbaar, en anders zijn die vrij eenvoudig te verzinnen.

Verandering is dus niet ingewikkeld, maar het is wel moeilijk. Verandering is moeilijk omdat er een dissonantie bestaat tussen wat mensen zeggen te willen en wat ze werkelijk willen. Het rijmt niet met elkaar.

Dissonantie

Die dissonantie is het gevolg van gedachtehiërarchie. Hoe dieper de wens (hoe dichterbij de stam: het uitgangspunt) hoe dominanter en hoe meer bepalend voor het gedrag. De diepste wens (wat mensen werkelijk willen) wordt altijd bewaarheid. Maar die wens is lang niet altijd in overeenstemming met de meer oppervlakkige wensen (wat mensen zeggen te willen). Sterker nog, vaak dissoneren ze daarmee.

Een voorbeeld, van diep naar ondiep:

Diepste wens: ik wil niet verantwoordelijk zijn voor de inrichting van mijn leven en mijn aandeel in het collectief -> ik wil dat iemand anders (een 'leider') zegt wat ik moet doen -> als hetgeen ik vervolgens doe verkeerd uitpakt, wil niet ik daarvoor verantwoordelijk gehouden worden, maar die leider -> als het goed uitpakt, dan wil ik daar wel de vruchten van plukken -> ik wil een andere leider want deze pikt die vruchten in -> ik wil vrij zijn

De laatste drie (dikgedrukte) wensen dissoneren dus met de dieper liggende wens om geen verantwoordelijkheid te willen nemen. Ze zijn tegenstrijdig en kunnen niet samen en gelijktijdig vervuld worden.

De enige mogelijke oplossing is dan het harmoniëren van de dissonanties; het in overeenstemming brengen van de wensen. Dat kan op twee manieren: de oppervlakkigere wensen loslaten, of die wensen tot de diepere wens maken.

Het eerste geval, de oppervlakkige wens loslaten, ziet er dan zo uit:

Diepste wens: ik wil niet verantwoordelijk zijn voor de inrichting van mijn leven en mijn aandeel in het collectief -> ik wil dat iemand anders (een 'leider') zegt wat ik moet doen -> als hetgeen ik doe verkeerd uitpakt, wil ik daarvoor niet verantwoordelijk gehouden worden, maar die leider -> als het goed uitpakt, is de verdienste voor de leider -> ik aanvaard dat ik onvrij ben want mijn diepste wens wordt vervuld.

Het tweede geval is de oppervlakkige wens (vrij zijn) tot diepste wens gemaakt:

Diepste wens: ik wil vrij zijn -> ik neem verantwoordelijkheid voor mijn eigen beslissingen en voor wat ik doe -> ik bepaal zelf wat ik moet doen -> als het verkeerd uitpakt dan ben ik verantwoordelijk -> als het goed uitpakt, pluk ik de vruchten -> ik ben tevreden want mijn diepste wens wordt vervuld.

In beide gevallen, waar de keuze ook op valt, zijn er geen problemen meer. Maar zolang die keuze niet gemaakt wordt, blijft de dissonantie bestaan en zal er geen oplossing komen omdat er in dat geval geen oplossing mogelijk is.

Omdat de dissonerende gedachtegang op dit moment de meest voorkomende gedachtegang is (mensen willen een leider die het voor ze oplost, maar ook vrij zijn - dat is onmogelijk), krijgen we een inrichting van de wereld die dissonant is. En wereld waarin onoplosbare problemen bestaan: we willen onverenigbare dingen.

Crisis

De wereld is dus op ieder moment ingericht naar de meest gangbare, meest dominante gedachtegang. Als we die wereld willen veranderen, dan is er maar één mogelijkheid: die gedachtegang veranderen. En daarvoor ontstaat pas een motief als we inzien dat de inrichting van die wereld (en dus ons denken) niet meer voldoet. En dat gebeurt alleen als we tot dat inzicht gedwongen worden, anders is er simpelweg geen aanleiding voor.

Zo'n situatie (een situatie die ons dwingt om onze overtuigingen te herzien) wordt ook wel "crisis" genoemd. De beste definitie van het begrip crisis vind ik deze:

'Crisis is een situatie waarin oude gedachten en overtuigingen niet meer voldoen'. Ik ben vergeten van wie deze definitie is, maar hij klopt wel prachtig.

Dat de crisis leidt tot het herzien van onze overtuigingen is zeker. Maar welke gaan we ervoor in de plaats nemen? Gaan we dat opnieuw overlaten aan anderen, aan 'leiders'? Leiders die de oplossingen aandragen? Of kiezen we nu voor de verandering eens voor eigen verantwoordelijkheid en de daarbij behorende vrijheid?

Wat we ook kiezen, de inrichting van onze wereld zal het onvermijdelijk weerspiegelen.

 
 

woensdag 21 augustus 2013

De dictatuur van het geld

 

Onder invloed van de crisis wordt momenteel het onmogelijke mogelijk. Wanneer ons tien jaar geleden gedicteerd zou zijn: lever je sociale zekerheid in, lever je pensioen in, sta een steeds groter deel van je inkomen af, ga langer werken en krijg daarvoor steeds minder in ruil, dan zouden we collectief NEE geroepen hebben. 

Maar nu accepteren we het dat mensen massaal hun werk en dus hun inkomstenbron verliezen, dat hele gezinnen op straat komen, dat ouderen aan hun lot overgelaten worden, en nog veel meer. Omdat geld het enige overgebleven criterium lijkt. Omdat alles daaraan ondergeschikt lijkt, zelfs al hechtten we vroeger grote waarde aan de zorg voor elkaar, aan onbetwiste sociale en maatschappelijke waarden; die waarden verdwijnen als sneeuw voor de zon onder de dictatuur van het geld. En zoals iedereen weet: dictatuur is macht. 

Het is de crisis die ons dit allemaal laat accepteren. Die crisis bestaat uit geldgebrek. Geldgebrek laat ons dus zaken accepteren die voorheen onacceptabel waren. En dat is precies de bedoeling van die crisis. De crisis schept het vermogen om mensen dingen te laten doen die ze vanuit zichzelf, zonder crisis, niet zouden willen doen. De crisis is een machtsmiddel. De crisis is daarmee geen crisis maar een machtsgreep. 

Macht is het vermogen anderen te laten doen wat jij (de machthebber) wil dat ze doen. En dus ook anderen te laten accepteren wat jij wil dat ze accepteren. Financiële crisis is daarvoor een uiterst effectief instrument. En je kunt dat instrument alleen gebruiken als je de controle hebt over het geld 

Het is de machtselite die deze controle heeft. Daarom is die machtselite de machtselite. De machtselite wordt immers - op ieder moment - gevormd door de groep mensen die de controle over de machtsmiddelen heeft. Degenen die dat niet hebben, vallen simpelweg buiten de machtselite.  

De controle over het geld geeft de machtselite een belangrijk (het belangrijkste) deel van haar macht. Geld is daarom een machtsmiddel. Mensen doen niet zomaar wat een machthebber wil, die machthebber moet dat afdwingen. En omdat er maar een paar machthebbers zijn (tegenover miljarden niet-machthebbers) hebben ze daar systemen voor nodig: managementtools. Geld als machtsmiddel is de meest succesvolle managementtechniek ooit.  

Maar dat systeem, die techniek, die managementtool, werkt alleen als wij geloven dat we hun geld nodig hebben. Als wij geloven dat we ervan afhankelijk zijn. Alleen dan werkt het middel geld als machtsmiddel. 

Maar we hebben geen geld nodig. We hebben dingen nodig: onderdak, voedsel, energie, kleding. Dat is wat we nodig hebben. En al die dingen maken wij (de niet-machtselite) zelf. Geen enkel lid van de machtselite heeft zelf ooit iets zinvols geproduceerd. Iets wat wij werkelijk nodig hebben.

Het enige product van de machtselite is onze afhankelijkheid. Het is hun beroep om ons afhankelijk van ze te maken, want anders hebben ze geen macht, en als ze geen macht hebben zijn ze dus geen machtselite meer. Ons afhankelijk maken is het enige dat ze doen. Het is de enige "bijdrage" die ze aan de wereld leveren. 

En onze afhankelijkheid bestaat uit niets meer dan ons geloof dat we alleen beschikking kunnen krijgen over de dingen die we nodig hebben, via het door hen aangeboden en gecontroleerde middel: geld. Ons geloof daarin, ons geloof dat dit de enige manier is om toegang te krijgen tot de dingen die wij (de niet-machtselite) zelf maken, geeft ons de overtuiging afhankelijk te zijn van het door hen aangeboden middel. En dat geeft de elite dus haar macht. 

Maar wij hebben de machtselite niet nodig, zij hebben ons nodig. Zij kunnen alleen zijn wat ze willen zijn (machtig) door middel van onze medewerking. En daarom is het voor die machtselite noodzakelijk dat wij blijven geloven dat we geld nodig hebben. Alleen dat geloof maakt geld tot het machtsmiddel dat het is.

Om die reden is het voor de machtselite noodzakelijk om dat geloof te beïnvloeden, of liever nog, te bepalen. Dat hebben ze lang geleden beseft en daarom hebben ze de media opgekocht en onder controle gekregen. Via die media kan men ons dingen laten geloven. Dat is de hele functie van die media. 

Een van de belangrijkste dingen die de elite (de werkelijke gebruikers van het middel geld; alleen zij hebben er uiteindelijk baat bij) ons wil laten geloven, is dat leven en samenleven allemaal ongelofelijk ingewikkeld is. Dat is niet zo. Het is alleen het door hen aangeboden systeem dat bewust ingewikkeld gemaakt is.  

Leven en samenleven is eenvoudig. Maar het is van doorslaggevend belang voor de elite dat wij dat niet inzien. Ze spiegelen ons via de media voor dat het allemaal heel gecompliceerd is en dat zelfs de "experts" het niet begrijpen, elkaar tegenspreken, zodat wij er niet eens aan beginnen om ernaar te kijken.

En dat betekent dat we het maar al te graag overlaten aan de wijze mannen. De wijze mannen en vrouwen die wij "de regering" noemen. Maar regeringen lossen het niet op. Dat maken we (en met ons alle andere burgers van alle andere landen in Europa en elders) momenteel iedere dag mee. Regeringen lossen het niet op - niet hier en niet in andere landen, niet deze regering en niet de volgende.  

En dat is volkomen logisch: die regeringen staan in het krijt bij de geldverschaffers. Alle landen hebben schuld aan de geldleveranciers. En wanneer je rood staat bij de bank, al is het maar een beetje, kun je alleen maar een brood kopen bij de gratie en met de medewerking van die bank. Zegt de bank NEE, dan geen brood.  

Omdat overheden altijd rood staan (staatsschuld) en omdat die roodstand altijd groeit (begrotingstekort - al zou het maar 3% zijn) kan geen enkele overheid ook maar een enkele euro uitgeven zonder deze eerst te lenen, en daarvoor heeft die overheid de medewerking en de welwillendheid van de financier nodig.  

Overheden en regeringen kunnen zich daarom alleen maar handhaven door naar de pijpen van de geldverschaffers te dansen. Want schuld = afhankelijkheid. Daarom is het onmogelijk dat overheden of regeringen de problemen oplossen. Ze kunnen zich immers alleen bewegen binnen de kaders die gesteld zijn door degenen die de problemen bewust veroorzaken. 

Zoals de kaarten nu liggen, hebben de geldverschaffers de wereld in hun zak. Tenminste, zolang wij blijven geloven dat we ze, met hun geldsysteem, nodig hebben. 

Maar wij maken de dingen die we nodig hebben niet met geld, maar met uren van ons leven. Met arbeid. Het enige dat we willen, is toegang tot de dingen die we maken (producten, diensten). Daarvoor hebben we een ruilsysteem nodig. Het liefst een eerlijk systeem dat gebaseerd is op rechtvaardige afspraken. 

In een eerlijk systeem kan er nooit een fundamenteel tekort aan ruilmiddel zijn. Wel op individueel niveau (als je meer verbruikt dan je bijdraagt) maar collectief gezien niet. Het ruilmiddel gaat over van de ene naar de andere hand, maar collectief gezien is het een gesloten systeem. Er kan (in een eerlijk systeem) er alleen een tekort aan ruilmiddel ontstaan, als dat ruilmiddel niet wordt omgezet in diensten of producten. Wanneer het ruilmiddel uit de roulatie gaat omdat het wordt gereserveerd. Gespaard dus. Als het op de bank blijft staan. 

Maar dat is momenteel niet het geval: banken zijn juist "ondergekapitaliseerd" en daarom moeten wij ze "redden" door ze ons geld te geven, zegt men. Teveel op banken vastgezet spaargeld is dus niet de reden van het huidige gebrek aan ruilmiddel.  

Er moet dus een andere reden voor het tekort zijn. En die reden is, en kan alleen zijn: omdat de geldverstrekkers, degenen die controle hebben over hoeveelheid geld die ter beschikking staat, dat zo willen 

En ze willen dat omdat ze daarmee onze afhankelijkheid, en daarmee hun macht, vergroten. En meer macht is het logische doel van ieder machtsmiddel, dus ook van het machtsmiddel geld. Maar dat lukt ze alleen als wij daarin meegaan. En wij gaan daarin alleen mee als we denken dat we geen keuze hebben.  

Jarenlang hebben ze ons de "voordelen" van het door hun beschikbaar gestelde middel laten ervaren. Natuurlijk, ze konden zoveel geld maken als ze wilden en ons zoveel voordelen gunnen als het ze uitkwam. En de steeds groeiende welvaart heeft ons het aangeboden systeem doen omarmen en dat was precies de bedoeling. Net zolang tot we niet meer anders konden. Tot we afhankelijk waren van het door hun aangeboden systeem, de door hun aangeboden technologie geld. En nu ze de voordelen wegnemen, blijft alleen de afhankelijkheid over. De dictatuur van het geld is wat er overblijft.   

Vaak wordt mij gevraagd: 'Maar hoe dan? Wat moeten we anders doen? Wat is de oplossing?'

Maar die vraag is prematuur. Ondanks alle leuke initiatieven (LETS, alternatief geld etc.) zal er geen verandering plaatsvinden als er niet voldaan is aan de voorwaarden die voor iedere verandering gelden. 

Om tot verandering te komen zijn er altijd 3 stappen nodig:

1- Besef van de bestaande situatie. Om tot verandering te komen is het noodzakelijk dat we inzien dat de huidige situatie niet in orde is, en waarom niet. Dat we inzien hoe de situatie waarlijk is en dat die situatie waarlijk niet in orde is.
 
2- Daaruit ontstaat de wil om de situatie te veranderen. Als aan stap 1 voldaan is, is het onmogelijk om niet iets anders te willen.

3- Dat geeft een onstuitbaar motief om iets te gaan doen om die situatie te verbeteren of aan de bestaande situatie een einde te maken. 

Zolang de meeste mensen de werkelijke aard van de huidige situatie nog niet zien, zal er nooit voldoende draagkracht zijn voor verandering. Dan blijven we steken bij stap 1. 

Zolang mensen zich nog niet afvragen: 'Is het wel een goed idee om ons volledig afhankelijk te laten zijn van een middel dat in handen is van een paar mensen? Is het wel nodig dat we naar de pijpen dansen van de verstrekkers van dat middel? Waarom hebben wij dat middel nodig om toegang te krijgen tot alle dingen die we nodig hebben en die we zelf maken?' Is de aard van het middel (wat het werkelijk IS) wel rechtvaardig?', zolang mensen zich dat niet afvragen, zal er niets veranderen en dan blijft het onmogelijk om ons te onttrekken aan de dictatuur van het geld en dus aan de totale horigheid aan de verstrekkers ervan.  

Wij hebben hun geldsysteem niet nodig om te kunnen doen wat we willen: het ruilbaar maken van onze arbeid en elkaar zo het leven mogelijk maken. Wij zijn best in staat om daar onderling eerlijke en rechtvaardige afspraken over te maken, hoe die er dan ook precies mogen uitzien.  

WIJ hebben hun geldsysteem niet nodig om te doen wat WIJ willen: samen leven. ZIJ hebben het geldsysteem nodig om te kunnen doen wat ZIJ willen: machthebber zijn.  

Wijzelf zijn de enigen die ons aan deze onderwerping kunnen onttrekken want wij zijn de enigen die deze dictatuur in stand houden. Het is uitsluitend onze onwetendheid en ons geloof (geloof, waar dan ook in, kan alleen bestaan in onwetendheid) die deze dictatuur in staat stelt een dictatuur te zijn. De dictators zullen uit zichzelf hun positie niet opgeven. Wijzelf hebben de zeggenschap over onszelf, weggegeven aan de dictators. Wijzelf zijn dan ook de enigen die het kunnen terugnemen. Op ieder moment.  

Zodra we inzien dat we gefopt zijn, dat het om een wisseltruc ging, dat we hebben zitten slapen toen de dictators er met onze arbeid, onze sociale en maatschappelijke waarden en ons welzijn vandoor gingen door ons een lokaas voor te houden; zodra we inzien dat we zo dom geweest zijn om erin te bijten; zodra we dat inzien, dan begrijpen we dat de schulden waarop die afhankelijkheid gebaseerd is, uit nepschulden bestaan, uit systematische oplichting; zodra we dat begrijpen, dan is er geen andere mogelijkheid meer dan te besluiten dat we die schuld (en daarmee de afhankelijkheid) niet meer erkennen. En dan is het afgelopen met de dictatuur.